Vraag tien ondernemers naar hun marge en de helft noemt eigenlijk hun opslag. Ze klinken hetzelfde, maar ze rekenen met een ander startpunt — en dat verschil kost geld. Wie een opslag van 50% aanziet voor een marge van 50%, denkt rijker te zijn dan hij is.
Het verschil in één zin
Marge is je winst als percentage van je verkoopprijs. Opslag (markup) is diezelfde winst als percentage van je inkoopprijs. Zelfde euro's winst, andere noemer.
Een voorbeeld
Je koopt een product in voor € 50 en verkoopt het voor € 100. Je winst per stuk is € 50. Nu de twee percentages:
- Marge = € 50 winst ÷ € 100 verkoop × 100 = 50%
- Opslag = € 50 winst ÷ € 50 inkoop × 100 = 100%
Dezelfde deal is dus tegelijk "50% marge" én "100% opslag". Andersom: reken je 50% opslag op € 50 inkoop, dan verkoop je voor € 75 — en dat is maar 33,3% marge. Zie je hoe makkelijk je jezelf tekortdoet?
De omrekentabel
| Marge (van verkoop) | Opslag (van inkoop) |
|---|---|
| 10% | 11,1% |
| 15% | 17,6% |
| 20% | 25,0% |
| 25% | 33,3% |
| 30% | 42,9% |
| 33,3% | 50,0% |
| 40% | 66,7% |
| 50% | 100,0% |
| 60% | 150,0% |
De opslag loopt steeds harder op dan de marge, omdat je door een steeds kleiner inkoopbedrag deelt.
De formules om te schakelen
Wil je van het ene naar het andere getal, gebruik dan:
- Opslag uit marge: opslag = marge ÷ (1 − marge)
- Marge uit opslag: marge = opslag ÷ (1 + opslag)
Reken 40% marge om: 0,40 ÷ (1 − 0,40) = 0,40 ÷ 0,60 = 0,667, oftewel 66,7% opslag. Klopt met de tabel.
Waarom dit in de praktijk misgaat
De verwarring ontstaat bij het bepalen van je verkoopprijs. Veel mensen pakken hun inkoop en doen "keer 1,4" voor "40% erbij". Dat is een opslag van 40% — geen marge van 40%. Wil je echt 40% marge, dan moet je delen door (1 − 0,40), niet vermenigvuldigen met 1,40. Het verschil:
| Inkoop € 60, je wilt "40%" | Verkoopprijs | Werkelijke marge |
|---|---|---|
| × 1,40 (opslag 40%) | € 84,00 | 28,6% |
| ÷ 0,60 (marge 40%) | € 100,00 | 40,0% |
Op één product lijkt € 16 verschil klein. Over duizenden verkopen per jaar is het het verschil tussen winst en verlies.
Welke moet je gebruiken?
Allebei mag, zolang je consequent bent. Retailers en horeca denken vaak in opslag ("keer 3 op de inkoop"). Boekhouders, banken en investeerders kijken naar marge, omdat die zich laat vergelijken tussen bedrijven. Het gevaar zit in het mengen: reken je je prijzen met opslag maar rapporteer je in marge, weet dan zeker dat je de juiste formule pakt.
→ Bereken je marge én opslag tegelijk of reken je verkoopprijs uit op basis van je doelmarge.
Dit artikel is algemene uitleg over prijsbegrippen, geen boekhoudkundig of fiscaal advies.