De margeformule
Je brutomarge is het verschil tussen je verkoop- en je inkoopprijs. Als percentage reken je hem zo uit:
Margepercentage = (verkoopprijs − inkoopprijs) ÷ verkoopprijs × 100
Voorbeeld: je koopt een artikel in voor € 45 en verkoopt het voor € 75 (beide exclusief btw). Je brutomarge is € 30, en je margepercentage is € 30 ÷ € 75 × 100 = 40%. Van elke verkochte euro hou je dus 40 cent over vóór je vaste lasten.
Waarom delen door de verkoopprijs?
Omdat de verkoopprijs je omzet is, en marge de gangbare manier is om te zeggen welk deel van je omzet winst is. Deel je door de inkoopprijs, dan bereken je geen marge maar je opslag (markup) — een ander getal. De calculator toont ze allebei, zodat je ze nooit verwart.
Margevoorbeelden
Bij welke in- en verkoopprijs hoort welke marge? Een paar rekenvoorbeelden (bedragen excl. btw):
| Inkoop | Verkoop | Brutomarge | Marge % | Opslag % |
|---|---|---|---|---|
| € 50 | € 60 | € 10 | 16,7% | 20,0% |
| € 50 | € 75 | € 25 | 33,3% | 50,0% |
| € 50 | € 100 | € 50 | 50,0% | 100,0% |
| € 40 | € 100 | € 60 | 60,0% | 150,0% |
| € 20 | € 100 | € 80 | 80,0% | 400,0% |
Zie hoe de opslag veel harder oploopt dan de marge. Eigen cijfers? Vul ze hierboven in.